dinsdag, juli 01, 2008

Sublieme plekken

De gemeente Noordoostpolder denkt aan een sportboulevard. Dat brengt voor de gemeente, de sportverenigingen en andere betrokkenen heel wat gedenk met zich mee: wel doen, niet doen, hoe en wat? Wie betaalt? Op afstand beschouwd, lijkt het meer op de gang van zaken bij de Vlissingse Sportboulevard, dan op De Drieslag, het project om wonen, werken en sporten in de gemeente Ommen meer ruimte te geven. Terzijde maar aardig om te weten: Vlissingen heeft om en nabij de 45.000 inwoners, Ommen zo'n 17.500 en Emmeloord rond 25.000 (Noordoostpolder bijna 46.000).

Ik ben lid van hockeyclub HC De Meeuwen uit Emmeloord. Eén van de sportverenigingen die betrokken is in de plannen. Voor HC De Meeuwen betekent dit denken over wel verplaatst worden, niet verplaatst worden, hoe is het voor onze leden (kunnen de leden er veilig komen? is het verder weg dan nu?), hoe is het financieel, hoe gaat het er allemaal uitzien? Waar het ook op uitkomt, het brengt met zich mee dat je nadenkt over de accommodatie. Wat bijvoorbeeld is een 'goed' clubhuis? Dat is niet zo maar een vraag.

Waar ben je het liefst? Aan zee? Of in het bos? Op de hei? Of juist in de stad? Op een terrasje? Of dan toch maar liever ergens op het platteland, in de natuur. In de bergen? Op het water? Waar vertoef je het liefst? Waar klòpt het voor je? Waar komen hemel en aarde samen? Waar ben je met je hoofd in de wolken en je voeten in de klei?

Dat helder hebben, geeft aanwijzingen voor accommodaties waar je je lekker voelt. Is het belangrijk om je wel te voelen op een sportaccommodatie? Wat zegt dit over de sportboulevard? Over de plek van HC De Meeuwen? Over het clubhuis?

Hoofd in de wolken en voeten in de klei. Dat is daar waar sublieme en numineuze ervaringen worden uitgelokt. (Over het sublieme is al heel wat gezegd, google maar eens, of kijk eens hier of hier.)

Ik kijk graag uit het raam. Míjn accommodatie is dan ook een accommodatie die het gevoel met zich meebrengt van een schilderij met uitzichten door ramen. Accommodaties waar gewezen wordt op een stilstand in de beschaving en vervreemding van ons van de natuur. Dergelijke accommodaties maken het verlorene bewust en bewegen me in mijzelf te kijken door vorm, inrichting, sfeer en plaats in de gebouwde en landschappelijke ruimte, het grensgebied van de beschaving, een poëtische droomwereld van leegte en stilte. Magisch, metafysisch (zoals sommige werken van realisten, magisch-realisten en surrealisten; zie bijvoorbeeld Giorgio De Chirico, Edward Hopper, René Magritte en Max Ernst) - maar lévend: de vijftien kenmerken van Christopher Alexander moeten in de accommodaties terug te vinden zijn. Dán begin ik me lekker te voelen, als de spanning tussen 'mind' en 'nature' wordt opgeroepen én tegelijkertijd in zichzelf verdampt.

Op míjn accommodatie mag een herinnering aan de transcendentalisten (er bestaan dingen die buitenzintuiglijk zijn) opkomen, aan Immanuel Kant, maar ook aan het Amerikaans Transcendentalisme (of kies voor deze link), aan Henry Thoreau en aan Waldo Emerson. En in het verlengde hiervan: aan Frederik van Eeden met zijn Walden. (Voor wie dit weten wil: vanaf het NS-station Naarden-Bussum is het zowel te voet als per fiets prachtig om eens de historie van Walden in te ademen. Klik hier voor de route.)

(Terzijde, maar interessant hier is dat volgens Howard Zinn, emeritus professor in de politieke wetenschap aan de universiteit van Boston, het Transcendentalisme een vroege vorm van anarchisme is. Klik hier voor een vertaling van een recent interview (12 mei 2008) met Zinn. Voor het origineel: klik hier. Zeker verfrissend om 'ns kennis te nemen van Zinn's kijk op de Amerikaanse verkiezingen. Hmmm, onverwachte samenhang van een Emmeloordse sportwethouder en -boulevard en de strijd om het Amerikaanse presidentschap. Deze terzijde blijkt tóch wat minder terzijde...)

Het numineuze, het sublieme... bestaat dat allemaal in de Noordoostpolder? Het is droevig, we hebben geen échte, wilde natuur. Als we nadrukkelijk de pijn van het gemis voelen en beseffen iets niet te hebben, struikelen we over onze benen van haast om onszelf wijs te maken dat we niets missen. Arnold Heumakers stelt in zijn artikel "Stoomkleppengenot. Over de natuur, vulkanen, moraal en de sublieme ervaring" (verschenen in het NRC Handelsblad van 27 juni 2008) de vraag "Wat moeten we ook met het sublieme in Nederland?". Die vraag stelt gerust: we maken er het gemis minder erg mee. Al zouden we het hebben het zou van nul en gener waarde zijn. Sterker nog, we verzachten niet alleen ons lot, het is ineens allemaal zelfs beter dat we het niet hebben: het zou verschrikkelijk, een ware ramp zijn als we het wèl zouden hebben. Wat moeten we ook met het sublieme en het numineuze in de Noordoostpolder?

Misschien gaat het er eenvoudigweg om dat het clubhuis van HC De Meeuwen een huiskamergevoel oproept waar je je direct thuis voelt. Zou dát een subliem clubhuis zijn?

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een koppeling maken

<< Home